doneer nu



Christelijke gebeden

Een citaat uit het gebed voor allen nood der Christenheid des zondags na de predikatie


“ ...En overmits het U behaagt, dat men bidde voor alle mensen, zo bidden wij U, dat Gij Uw zegen strekken wilt over de leer van Uw Heilig Evangelie, opdat het overal verkondigd en aangenomen worde; opdat de ganse wereld vervuld worde met Uw zaligmakende kennis, opdat de onwetende bekeerd, de zwakke gesterkt worde, en een iegelijk Uw heiligen Naam, niet alleen met woorden, maar ook met de daad groot make en heilige. Wil tot dat einde getrouwe dienaars in Uw oogst zenden, en die alzo begaven, dat zij hun dienst getrouw mogen bedienen...
.......Wij bidden U ook voor allen, die Gij kastijdt met armoede, gevangenis, krankheid des lichaams, of aanvechting des geestes. Troost hen allen, o Heere, naar dat Gij weet, dat hun nood is eisende. Geef dat hun kastijding hen diene tot erkenning van hun zonde, en betering huns levens. Wil hen ook geven volstandig  geduld, verzoet hun lijden, en verlos hen eindelijk; opdat zij zich over Uw goedheid zich verblijden, en Uw Naam eeuwig prijzen. ......”


‘Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk die gelooft, eerst de Jood en ook de Griek.' 

ROMEINEN 1:16






Het Evangelie 

Wie schaamt zich het Evangelie van Christus (niet)


Wat is dit heerlijke Evangelie, dit Evangelie waarvan Paulus zo hoog opgeeft en waarvoor hij zich niet schaamt? Evangelie betekent 'blijde boodschap' of ‘goed nieuws'. Deze boodschap van grote blijdschap voor heel het volk bracht de engel bij de geboorte van onze Zaligmaker. Deze blijde boodschap was de aanleiding tot de lofzang van het engelenleger. ‘Een iegelijk die gelooft’ is gerechtvaardigd, is vergeven. Het Evangelie verkondigt dus een volkomen en vrije zaligheid aan iedereen die het met berouw en geloof aanneemt.


Wanneer het aanbod van Gods genade door Christus eenvoudig en ernstig vanaf de kansel uitgelegd wordt, wordt het Evangelie gepredikt. Maar er valt nog meer te zeggen. Hier moeten we niet stoppen; we moeten bedenken dat het Evangelie voorschriften kent, leefregels, evengoed als het duidelijke aanbod van genade en vergeving. Laat niemand denken dat hij niet heilig hoeft te worden omdat hij God niets goeds kan aanbieden als grond om barmhartigheid te verkrijgen. Verre daarvan! Zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien.


Het hele doel waarmee God Zijn vergeving zo vrij aan de gevallen mens aanbiedt, is om hem heilig te maken. O, dat we deze vragen vaker aan onszelf zouden stellen! Geloof ik het blijde nieuws van het Evangelie? Leef ik mijn leven volgens de voorschriften van het Evangelie? Ken ik iets van de uitnemendheid van dat heerlijke Evangelie? Heb ik ooit al geprobeerd de zaak van het Evangelie in de wereld te bevorderen? Of vergeet ik de dringende bevelen van mijn Zaligmaker, kort voor Zijn hemelvaart? “Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen”. Hoe groot is de goedheid van onze God en Zaligmaker, dat Hij ons in het Evangelie zulke wondere weldaden aanbiedt! Moge Hij de ogen van ons verstand openen, opdat we zullen weten welke grote zegeningen Hij ons zo vrij aanbiedt!



Elizabeth Julia Hasell

1830-1887


Elizabeth Julia Hassell werd geboren in een rijk gezin nabij Penrith, Engeland. Ze werd thuis onderwezen en leerde zichzelf Latijn, Grieks, Spaans en Portugees. Ze was een expert in klassieke en hedendaagse literatuur en publiceerde talrijke essays en boekbesprekingen, maar studeerde ook theologie en schreef een aantal theologische werken.

Naast haar schrijven en studeren promootte Elizabeth het onderwijs en het algehele welzijn van de bevolking van het district waarin ze woonde. Vaal liep ze lange afstanden door de heuvels om les te geven in dorpsscholen of toespraken te houden. Waarschijnlijk bespoedigden haar grote inspanningen haar overlijden; in haar verlangen om de verspreid wonende bevolking te dienen, negeerde ze haar vermoeidheid en stond ze vaak bloot aan de regen en kou.
Ze schreef een aantal meditatieve werken, waaronder The Rock: And Other Short Lectures on Passages of Holy Scripture (1867), waaruit deze overdenking is opgenomen. Hierin verwoordt ze ook haar verlangen waarmee ze schreef: 'De volgende toespraken, over geestelijke thema's, zijn geschreven voor jonge vrouwen. Mag het tot zegen zijn voor de armen, de zieken, de bedroefden en voor hen die niet veel tijd hebben om vrome geschriften te lezen.'




#4 Zondaressen 

als grootmoeders van Christus


In de lijn van het geslachtsregister van Christus valt op dat de evangelist vier vrouwen vermeldt die in de Schrift nu niet bepaald zo’n goede naam hebben: Thamar, Rachab, Ruth (als heidin) en Bathseba. De namen van vrouwen met een goede reputatie worden niet genoemd. Zoals Sara, Rebekka, Lea en Rachel.
Ik denk dat het dáárom is, dat zij zondaressen zijn geweest en dat Christus juist in dit geslacht geboren wilde worden om daarmee aan te geven welke liefde Hij voor de zondaren heeft. Want hoe groter de ware heiligheid is, des te dichter gaat zij bij de zondaren staan. 
Als Christus een farizeeër was geweest, had Hij Zich niet lovend over hen uitgelaten, sterker nog, zij zouden een stank verspreid hebben voor Hem en Hij zou Zijn neus voor hen hebben opgehaald. Maar omdat Hij heilig was, moesten zíj onder Zijn grootmoeders geteld worden.

 

Maarten Luther 

Zonsopkomst

Zuid-Afrikaans landschap


#3 Bewogen met onze naastEn 

Zijt dan navolgers Gods, als geliefde kinderen. (Éfeze 5:1)


Ik zou niet weten wat ons zo nuttig maakt voor onze medemensen als dit (Éfeze 5:1). Wat is onze roeping in de wereld? Is dat niet dat we onze medemensen God voor zullen houden, Die ze niet kennen of maar al te makkelijk vergeten? 
Als we als geliefde kinderen navolgers van God zijn, dan worden ze wel gedwongen aan God te denken. Want dan zullen ze Zijn karakter in dat van ons weerspiegeld zien.
Ik heb gehoord dat een atheïst eens zei dat hij ieder argument kon weerleggen, behalve het voorbeeld van zijn godzalige moeder; daar had hij geen weerwoord op. Een echte christen is een lichtstraal van Gods heerlijkheid en een getuigenis van Gods bestaan en Gods goedheid.


Charles Haddon Spurgeon


Hartbeespoort Dam

Zuid-Afrika


#2 

Onbekende verten.....


In de fysische wereld bestaat er een natuurwet waardoor zelfs de klanken van een heel klein belletje zich voortplanten in de onbekende verte.

De gebeden van Christus’ gemeente planten zich voort in de verre dimensies van de eeuwige wereld en bereiken het oor van God. De man of vrouw, de jongen of het meisje die - zonder dat de wereld ervan weet - voor God neerknielt in het gebed, zal God belonen, evenals degenen die openlijk zichtbaar arbeiden.
Aan Jezus’ voeten zweeg Maria (behalve dat ze tranen stortte), maar haar Heere zei: ‘Zij heeft gedaan hetgeen zij kon’ (Markus 14:8). Haar stille liefdesbediening met betrekking tot Zijn Persoon en Zijn zaak was de onvergankelijke gedachtenis die Maria naliet.

Gods Gedenkboek - Zijn dagboek - vereeuwigt de gedachten, gesprekken en verborgen dienstbewijzen van Zijn volk op aarde. Niets zal vergeten worden, want God is niet onrechtvaardig, dat Hij hun werk en hun arbeid der liefde zou vergeten, die zij ‘aan Zijn Naam bewezen’ hebben (Hebr.6:10).
In oudtestamentische tijden stegen de gebeden van de Kerk ‘als rookpilaren’ op naar de hemel (Hooglied 3:6), waarin ze baden om de beloofde dag dat de Zon der gerechtigheid over deze wereld zou opgaan met ‘genezing onder Zijn vleugelen’ (Mal.4:2). 
Naar Zijn belofte zal waar worden naar Jesaja 43:6, ‘...breng Mijn zonen van verre en Mijn dochters van het einde der aarde.’


Citaat uit: In al hun benauwdheid, door Murdoch Campbell



#1 Panta ta Ethnè

Grieks voor 'Alle Volken'


In Openbaring 15:4 lezen we: 'Wie zou U niet vrezen, Heere en Uw Naam niet verheerlijken? Want GIJ alleen zijt heilig; want ALLE volken zullen komen en voor U aanbidden'.

De Heere zegt tot Ananias over - de stilgezette farizeeër - Paulus: ‘Deze is MIJ een uitverkoren vat om Mijn Naam te dragen voor de heidenen en de koningen en de kinderen Israëls’ (Hand. 9:15). Paulus werd dus geroepen om niet alleen aan zijn eigen volk het Woord te verkondingen, maar hij moest dit ook brengen tot steeds nieuwe volken. Dit bevestigt hij ook zelf in Hand. 13:47.


Het is niet alleen Paulus die zich door het ‘Panta ta ethnè’ heeft laten leiden. De ongewijde geschiedenis meldt dat Petrus naar Rome is gegaan. Johannes predikte het Woord in de zeven gemeenten van Klein-Azië. Andreas zou naar het noorden, richting Armenië zijn vertrokken. Judas reisde naar het oosten, waar nu Turkmenistan en Oezbekistan liggen. Thomas en Bartholomeüs zouden richting India zijn gegaan. Mattheüs en Simon Zelotus hebben volgens bronnen op diverse plaatsen in Noord-Afrika gediend. Jakobus zou net als Paulus het Iberisch schiereiland hebben bereikt. De discipelen van de Heere Jezus hebben de boodschap van hun Meester verstaan en gehoorzaamd: ‘Gaat dan heen, onderwijst al den volken...’ (Mat. 28:19, Markus 16:15, Lukas 24:47, Joh. 10:16).


Niet iedereen kan en hoeft uit te gaan! Wel heeft iedere christen een taak. Ieder kan meehelpen! Het zendingsbevel stelt alle volken nadrukkelijk in het vizier van allen die bij Christus willen horen en met Zijn Naam worden genoemd. Hebben ‘alle volken’ al een plaats in jullie gebed? Ook de nog onbereikbare volken?
Stempelt de betrokkenheid bij de Evangelieverkondiging aan ‘alle volken’ ons dagelijks doen en laten? 

Zending is gebaat bij een meebiddend, meelevend en meewerkend thuisfront. Biddend om Zijn Geest te paren aan het Woord wat verspreid en verkondigd wordt, werkend om de middelen waardoor het werk zijn voortgang mag hebben. In navolging van wat staat in 3 Johannes 1:8 'opdat wij medearbeiders mogen worden der waarheid.' 


Tot eeuwig heil van ALLE volken....tot aan het uiterste der aarde (Hand.1:8).


Samengevat uit: 'Onverhinderd' de voortgang van het Evangelie in de wereld
Door: drs. J.H.C. Kooijman en drs. P.C. van Olst


Terug naar overzicht
Terug