doneer nu



Begrafenis in Refilwe 

Een indrukwekkende gebeurtenis


Op maandag 20 mei werd ons verteld dat er een granny (oude vrouw) gestorven was. Haar naam was Tabitha Tlou. Ze was een trouwe bezoekster van de Bible classes en de craft classes. Diezelfde dag gingen Else en ik op bezoek bij Rosina, de buurvrouw van Tabitha, die 2 huisjes verderop woont. Ook zij vertelde dat haar vriendin gestorven was en vroeg ons mee te gaan naar het huisje van Tabitha. We troffen de zus van Tabitha aan, zittend op een bed, vergezeld van troostende buurvrouwen. Rosina vertelde wie we waren, wat we doen in Refilwe en hoe we Tabitha kennen. Er werd mij verzocht iets uit de Bijbel te lezen en te bidden. Ik heb een paar verzen uit Psalm 10 gelezen en iets over het 14e vers  gezegd, dat de Heere de moeite en het verdriet ziet, opdat men het in Zijn hand geve. Er werd gevraagd of we naar de begrafenis wilden komen op zaterdag 25 mei. We moesten dan om 7 uur ’s morgens bij het huisje van Rosina zijn. Vrijdag zagen we een tent staan voor het huisje van Tabitha. Later bleek dat deze tent bedoeld was voor de maaltijd na de begrafenis.

Zaterdagmorgen kwamen Else, Carianne, Teunie en ik in de buurt van het huisje van Tabitha, waar vele zwarte mensen verzameld waren. We zagen vooral vrouwen gekleed in blauw met wit of zwart met wit, vertegenwoordigsters van verschillende kerken. De straat stond vol met auto’s en bussen. We stonden wat achteraf, afwachtend te kijken hoe het er alles aan toeging. Maar al snel werden we geroepen en kregen we stoelen aangeboden, totdat we tot onze verbazing werden uitgenodigd om vooraan bij de kist en de familie te komen zitten. We werden tussen de mensen door geloodst tot onder het afdak naast het huisje van Tabitha. Daar stond vooraan een tafel waar 3 mannen in witte ambtsgewaden zaten. Eén man bleek de moruti, de dominee of bisschop, te zijn. Deze mannen keken op de kist, waar een blauw met wit kleed overheen lag. Op het kleed waren het wapen en spreuken van de Apostolic Jerusalem Church (AJC) geborduurd, waar Tabitha lid van was. Achter de kist zat de familie en daarachter de leden van de AJC. Wij keken vanaf de zijkant op de kist.
Na de opening met gebed werd er door verschillende mensen een toespraak gehouden, afgewisseld door gezang van de leden van de AJC. Ook de 3 mannen hielden een toespraak of preek, onder voortdurend instemmend gemompel van de aanwezigen en soms bijval door steeds te zeggen: “Hallelujah, amen.”  Daarna werd afgesloten met gebed en de kist werd in een busje geplaatst. Vervolgens vertrokken we met de auto naar de begraafplaats in Refilwe. Een zwarte man vroeg of hij mee kon rijden en zo hadden we iemand die ons verschillende dingen kon uitleggen van wat er allemaal gebeurde. Hij bleek ook uit Hammanskraal te komen en kende de familie Sepato, waar we daar mee samenwerken.

Aangekomen op de begraafplaats zagen we een menigte van zwarte mensen verzameld rond het open graf. Tegenover het graf stond een grote tent, waar de familie onder zat, met tafels waarop vruchten en drinken stond. Na een toespraak van de moruti, waarin o.a. wij welkom werden geheten en blanke vrienden werden genoemd, werd het graf door verschillende mannen dichtgegooid.

Eerst werd er beton rondom de kist gegoten, dit werd ter plekke gemaakt, waarna het graf verder met zand werd gevuld. Vervolgens werd er een rand met stenen omgelegd en als laatste werden er bloemen op het graf gelegd. Daarna sprak de moruti ons nog een keer aan in het Afrikaans en Engels en hij bedankte ons voor alles wat we doen in Refilwe. Hij vroeg mij om naar voren te komen. Heel deze toespraak en de ter aarde stelling gebeurde onder voortdurend afwisselend gezang van geestelijke liederen.


Bij het verlaten van de begraafplaats werden we door de dochter van Tabitha uitdrukkelijk verzocht om van de maaltijd gebruik te maken. Bij terugkeer bij het huisje stonden er twee lange rijen mensen te wachten voor het eten. We sloten achteraan aan, maar werden al snel naar voren gehaald door een vrouw van de AJC. Er werd opgeschept wat we wilden en we kregen een stoel aangeboden. De moruti zocht ons op en met elkaar hadden we een fijn gesprek. Hij bleek uit Krugersdorp te komen, dat is ongeveer 100 km bij Refilwe vandaan, waar hij een gemeente van de AJC leidt. Er zijn in heel Zuid-Afrika ook kleine groepjes AJC-leden, waaronder ook een groepje in Refilwe. We hebben met hem gesproken over de oorzaak dat de mens moet sterven, de zondeval. Maar ook dat er vergeving mogelijk is voor Zijn uitverkoren volk, alleen in het bloed van Jezus Christus.


Het was zeer verrijkend voor ons, als blanken, om de begrafenis van deze zwarte vrouw mee te mogen maken. Maar ook beschamend, omdat we zo’n voorkeursbehandeling kregen. Ik heb me afgevraagd of wij 4 zwarte mensen op een drukke begrafenis ook zo zouden behandelen. Natuurlijk werden wij nu bekeken, dat zouden wij ook doen, maar het was duidelijk dat het erg gewaardeerd werd dat we op deze manier, samen met de zwarte mensen, Tabitha wilden herdenken.


Kees Lokerse

Terug naar overzicht
Terug