doneer nu


Brief zendeling Hewitson

tijdgenoot R.M. M'Cheyne


Recent hebben we Pinksteren weer herdacht. Op het Pinksterfeest is de Heilige Geest uitgestort en die Geest werkt in alle eeuwen. Daarvan staat hieronder een voorbeeld. Het is een brief van de zendeling Hewitson.


William Hepburn Hewitson (1812-1850) was een zendeling van de Free Church, tijdgenoot van R.M. M’Cheyne en was uitgezonden naar Madeira. De biograaf zegt van hem: ‘Van alle mensen die ik ken, leek hij [op geestelijk gebied] nog het meest op M’Cheyne.’

Onder de zendeling Robert Reid Kalley (1809-1888) kwam op dat eiland eerder al een groep gelovigen samen in de eerste Presbyteriaanse kerk van Portugal. Kalley was onder de indruk van de grote armoede, onwetendheid en ongeletterdheid van de bevolking. Er ontstonden vervolgingen omdat het Rooms-Katholicisme de staatsgodsdienst van Portugal was en het Protestantisme niet toegestaan was voor de Portugese burgers. Uiteindelijk werden de gelovigen verbannen naar het eiland Trinidad. Later verhuisden zij naar de omgeving van Jacksonville, Illinois (VS).

Hewitson is niet oud geworden. Op zijn sterfbed zei hij: ‘O, was dat geen wonderlijke zaak? De smart die Jezus leed in Zijn lichaam voor onze zonden. En die smart toonde alleen maar dat wat Hij leed in Zijn ziel! De Heere heeft mij nooit verlaten en dat zal Hij ook nooit doen. Nooit! Het is de beste, de vriendelijkste, de meest Vaderlijke weg. Het geloof ontvangt het nu, maar de ogen zullen het spoedig zien.’


Geachte N.,

Ik was blij erachter te komen dat u weer thuis bent, bij uw zeer geliefde aardse familieleden. Het zal aangenaam zijn om naar het Huis hierboven te gaan, om daar bij onze geheel Lieflijke, oudste Broeder te zijn. O, hadden wij maar grotere verlangens naar Hem in onze natuurlijke genegenheden. Ja, grotere verlangens om Hem te zien zoals Hij is. Ik heb Hem zo lief vanwege Zijn zoete, oneindige heiligheid. En dat wanneer de Heilige Geest mij er alleen maar een klein lichtstraaltje van laat zien. Dan voel ik dat ik Hem niet zou kunnen liefhebben, dan alleen vanwege Zijn zoete, diepe, wonderlijke en Goddelijke heiligheid. Wat een hemel zou het zijn om Hem gelijk te zijn! Ja, wat een hemel zou het zijn om gemeenschap te hebben met degenen die Hem het meest gelijk zijn! Maar het zal een hemel der hemelen zijn om van hart tot hart een ongehinderde, vrije en volkomen gemeenschap met Hemzelf te hebben.


De Heere van de oogst heeft maaiers met scherpe sikkels nodig. De tijd is kort. Spoedig zullen er velen zijn die met treurige stemmen zullen zeggen: De oogst is voorbijgaande, de zomer is ten einde; nog zijn wij niet verlost. (Jer. 8:20).


Op dit moment schijnen degenen die in de Heere zijn standvastig voort te gaan op hun weg naar Sion. Ook geloof ik dat zij bidden voor een opwekking in deze plaats. Als bedienaar van het Woord voel ik er de noodzaak van dat mijn voorraad aan gaven en genaden overvloediger aangevuld wordt. Gaven en genaden die gepast zijn voor het werk, door de Geest van Pinksteren. Waarom zijn wij niet vervuld met geloof en met de Heilige Geest? Waarom spreken wij niet met een wijsheid en geest, welke niet zullen kunnen tegenspreken, noch wederstaan allen, die zich tegen ons zetten? (Luk. 21:15).


De plaats waar ik mij nu bevind, is een ver gelegen eiland in de zee (Madeira). Maar hoewel het ver gelegen is, is dit eiland toch omringd door dezelfde grote zee, wier golven rollen over de stranden van Schotland, uw en mijn geliefde geboorteland. Ja, dezelfde oceaan waar u zo makkelijk naar toe kunt gaan en waar u zo makkelijk in kunt springen, heeft ook dit eiland bereikt. De mensen hier kunnen er net zo makkelijk naartoe gaan om erin te zwemmen.


Wat een gelijkenis met het bloed van Christus, want het bloed van Christus is als een grote oceaan. Een oceaan die zo groot is, dat die vlak voor uw deur komt in Schotland en vlak voor de deur van arme, schuldige zondaren hier in Madeira. U en zij mogen erin gaan om uw zielen te wassen. Dan zult u er witter dan sneeuw uit komen. Christus heeft er velen in Madeira die in Zijn Naam geloven en zich gewassen hebben en hun klederen wit gemaakt hebben in Zijn bloed. Wel, ik zal u vertellen wat zij van Christus denken. Zij worden gehaat, bedreigd, tot schande gemaakt, geslagen en vervolgd om Christus’ wil. Maar zij bedenken dat Hij het zo waard is. Zij gevoelen dat Hij zó dierbaar is, dat zij alles met lijdzaamheid verdragen. Ook zijn zij gewillig om nog meer te dragen.


Je kunt weinig zeggen over de liefde van Christus in het sterven voor zondaren zoals zij, zonder hen te zien wegsmelten in tranen van dankbaarheid en liefde. Wanneer ik tot hen spreek over Christus’ wederkomst in heerlijkheid, om Zijn volk tot Zichzelf te vergaderen, zodat zij daar mogen zijn waar Hij is, dan zie je hun gezichten stralen van vreugde. Hun harten lijken wel op te springen van vrolijkheid, wanneer zij denken aan de tijd wanneer zij tot in alle eeuwigheid bij Jezus zullen zijn.


Zij zijn niet zoals u inwoners van een bevoorrecht land, waarin eenieder vrij is om het Woord van God te lezen en te gehoorzamen. Hun leven loopt gevaar als men erachter komt dat zij naar de prediking van het Evangelie komen en plaatsnemen aan de Tafel des Heeren. Het moment schijnt nabij te zijn, dat zij mogelijk door de handen van wrede mensen gedood zullen worden vanwege het volkomen volgen van de Heere. Maar: Het Lam Dat geslacht is, is waardig (vgl. Openb. 5:12). Zij nemen hun kruis op om Hem te volgen, waar Hij ook heen gaat, ook al leidt Hij hen tot de dood.


Uit hetgeen dat ik u heb verteld over hen, kunt u wel afleiden hoe zij over Jezus denken. De Heilige Geest, Wiens vermaak het is om Jezus te verheerlijken, heeft hen de liefde, gerechtigheid en heerlijkheid van de Zaligmaker getoond. De Heilige Geest heeft hen genomen en gewassen in het bloed van Christus. Hij heeft hen een eenvoudig, ja een werkelijk eenvoudig, kinderlijk geloof geschonken en Hij heeft hen geleerd om al hun vertrouwen te stellen in de liefde van God. Hij heeft hen geleerd om op Jezus te zien als zeer dierbaar en om met lijdzaamheid en de hoop der heerlijkheid alles te dragen wat zij moeten lijden omwille van Jezus. Er zijn sommige mensen die zo ver bij mij vandaan wonen, dat zij er bijna vijf uur over doen om de afstand te voet te overbruggen. Zij zijn zo bekommerd om het Woord te horen preken, dat zij zich voornemen om op een bepaalde dag van deze week hun huis rond middernacht te verlaten, om hier rond zonsopgang aan te komen. Vervolgens wachten zij in een leegstaand huis tot ongeveer tien uur ’s morgens, alwaar de openbare eredienst gehouden zal worden. U zult zich wel afvragen waarom zij zo vroeg willen vertrekken vanuit hun huizen. Dit komt omdat zij bang zijn voor hun vijanden en in de duisternis en stilte van de nacht beschutting te vinden tegen de vervolging, wanneer zij het Evangelie komen horen. Onthoud dit wanneer uw ziel slaperig en zorgeloos wordt over hetgeen u hoort. Ach, denk toch aan de hel, u staat op de rand ervan! Denk aan de liefde van Jezus, Die u Zijn wonden toont en u toeroept om in die wonden te schuilen en veilig te zijn. Denk ook aan Satan, die op een sluwe wijze tussen u en Jezus in staat, zodat u de wonden van de Zaligmaker niet ziet, noch versmolten wordt door de kracht van Zijn liefde. Ja, voordat het te laat is, voordat Jezus Zich voor u verbergt en niet meer naar u toe komt om tot u te spreken met het suizen van een zachte stilte van Zijn liefde. Nu u nog behouden kunt worden, zend ik u van de overkant van de oceaan een ernstige oproep: Vliedt de toekomende toorn! Vlucht tot Jezus. Hij zal u met open armen aannemen. Kom, neem met u al uw zonden en breng ze bij Hem. Hij zal u geenszins uitwerpen (Joh. 6).


Christus heeft hier een hand op mij gelegd en een andere hand op u in Schotland. Hij kijkt mij op dit moment aan, nu ik dit schrijf. Ook zal Hij u zien, wanneer u deze brief leest of wanneer de brief voorgelezen zal worden. Ik zal de brief in Zijn hand leggen en die daar achterlaten. Het kan zijn dat wanneer Hij in Zijn voorzienigheid de oproep ervan tot uw oren brengt, u zult horen en tot Hem zult vluchten om behouden te worden. Hij is gewillig en machtig om te verlossen.

Ik zal u een bewijs hiervan geven. Nog geen drie weken geleden vertelde een vrouw die Christus liefheeft en in Zijn Woord gelooft mij dat haar man haar sloeg en verkeerd behandelde omwille van Christus. Hij raasde en gedroeg zich op een krankzinnige wijze tegenover de waarheid. Een paar dagen later sprak een godzalige man, die met hem samenwerkte, hem op een ernstige wijze aan. Hij vertelde hem dat, als hij zo zou doorgaan, hij dan naar de hel zou gaan. Deze woorden troffen het hart van die ellendige zondaar. Bevreesd voor de toekomende toorn vluchtte hij tot Jezus. Hij kwam erachter dat Jezus zowel gewillig als bekwaam was om hem te redden. Nu is hij een veranderde man. Hij verheugt zich in de Heere. Nu bidt hij met zijn gezin en zingt tot lof van God.

De gezegende Jezus is gewillig en machtig om voor zondaren in Schotland datgene te doen dat Hij in Madeira gedaan heeft. Ja, Hij is gewillig en bekwaam om dat ook voor u te doen. Smaak[1] en u zult zien dat Hij genadig is. Geloof slechts en u zult zalig worden.[2] Ga slechts in die grote zee van Immanuels bloed, was uw ziel daarin en u zult gereinigd worden van al uw schuld.


De genade van God zij met u allen.

W.H. Hewitson


[1] Vgl. Ps. 34:9.

[2] Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israëls verzocht worden, dat Ik het hun doe (Ezech. 36:37).